post-header-photo

Iepenloftspul Jorwert 2026: Swyn

Ik had een kaartje gekocht voor de voorstelling van zaterdag 12 september. Dat leek een droge dag te zijn, maar in de loop van de week veranderden de voorspellingen.

De voorstelling start om 20.30 uur, de poort gaat open rond 20.00 uur. Dat is ook het tijdstip dat ik zo’n beetje aankom. Een mooie plek bovenaan de tribune. De voorzitter, Harry Kaspers, komt rond 20.20 uur op het podium. Dit is niet de aftrap van de voorstelling, hij waarschuwt dat er een bui aankomt (hadden sommige mensen via buienradar al gezien), dus hij vraagt of iedereen zich hierop wil voorbereiden, zodat dit niet tijdens de voorstelling gebeurt (en de boel verstoort). Hierna doet zo’n beetje iedereen een poncho aan.

En dat is maar goed ook. Want al redelijk snel als de voorstelling gestart is miezert het en blijft dat ook zo’n beetje de hele avond doen. Meestal neem ik in de pauze een drankje, maar mijn buren blijven zitten “dan bliuwt de stoel droeg”, dat klinkt mij als een goed advies in de oren. Dus ook ik blijf zitten. Na afloop van de voorstelling neem ik een biertje en een gevulde koek (yep, vreemde combi) en dan pas doe ik mijn poncho weer uit. Bij mijn keuze of ik nog een biertje ga nemen kijk ik op buienradar en zie ik meer buien: nee dus, gauw terug naar de auto. Ook omdat het 23.00 uur is, de volgende dag (13 september) doe ik mee aan de halve Mar-athon en moet ik rond 5.45 uur opstaan.

De hoofdpersoon van deze voorstelling is Stef Zwijnenberg, door familie, vrienden en bekenden “Swyn” genoemd. Hij is net overleden, het eerste deel voor de pauze is de begrafenis, het tweede deel de “nazit” na de begrafenis. Swyn had de hele voorstelling “als dood” in de kist kunnen liggen, dat was dan een hele makkelijke hoofdrol geweest. Maar dat gebeurt natuurlijk niet, onze “dode” staat zo nu en dan even op uit de kist om met ons te praten of om samen met andere spelers scenes uit het verleden te spelen.

Want dat is wat er op een begrafenis gebeurt: je gaat terug naar het verleden. Als naast de familie er nog een vrouw en meisje bij gaan zitten heb je al het idee: “oh jee, heeft Swyn nog een minnares en onwettig kind verwekt?”.

Want Swyn was “een beste vent”. Vrijwilliger bij de brandweer, elke vrijdagavond weg naar schutjassen. Alleen… de slager die nog een onbetaalde factuur brengt voor rollades. Amira die in het gezin van Swyn opgenomen is omdat haar vader overleden is bij een Dutchbat-actie, waar Swyn en Hazze ook bij waren, maar waar een zweem van geheimzinnigheid hangt: is het echt zo gebeurd?

Langzaam maar zeker brokkelt het beeld van “de geweldige vent” af, we komen erachter dat hij “een groot hart” heeft, dat heeft hij wat teveel gedeeld met meerdere vrouwen en daarbij ook nog eens gezorgd voor nageslacht. Waarbij echtelieden erachter komen dat ze eigenlijk broer en zus zijn. Waarbij een zoon erachter komt dat ook hij waarschijnlijk een andere vader heeft.

Wat vond ik van de voorstelling? Het plot is heel goed uitgewerkt. Stef/Swyn wordt uitstekend gespeeld door Thijs Meester. Hij windt iedereen, inclusief het publiek om zijn vinger.

Het afronden van het tweede deel vond ik wat minder. Iedereen heeft last van een “intern stemmetje” van Swyn, wat ook actief blijft nu hij dood is. Dan wordt de boel redelijk absurd, de overige spelers krijgen een varkensneus voor, er wordt modder op het podium gegooid, daarin gaan de varkens tekeer en wordt bepaald dat Swyn naar de slager moet. En dat was het dan.

Vooropgesteld, elke plotwending die ervoor zorgt dat er een nummer van Volbeat gedraaid wordt, daar ben ik blij mee. Het kwam overeen met wat de verteller “Durk” aan het begin van de voorstelling zei. Maar het voelt als een noodoplossing om er een eind aan te breien.

Heb ik dan een beter alternatief? We hebben gezien hoe zoon Sjoerd geen 112 belde omdat hij dacht dat Swyn zich aanstelde. Hij voelt zich daar schuldig over en wil de begrafenis perfect laten verlopen. Tijdens de begrafenis en de nazit ziet hij dat zijn vader zo’n beetje alles en iedereen voor de gek heeft gehouden. Dus hij zou bij de nazit kunnen zeggen “ús heit woe in begraffenis, mar it liket my better dat we ‘m cremeare… hij mat brânne!”. Volbeat, Devils bleeding crown kan dan gedraaid worden, op het videoscherm kunnen we dan zien hoe de kist naar de oven gereden wordt en horen we Swyn “nee! nee!” roepen. Een klein beetje gerechtigheid aan het einde zou fijn zijn 😉